Verwoestijning
Het noorden van Ghana gaat gebukt onder de gevolgen van de oprukkende Sahara-woestijn.

De Sahel-strook die door verwoestijning steeds breder wordt.
Doordat de Ghanezen bomen kappen en niet voor nieuwe aanplant zorgen verandert de omgeving en het klimaat. Het wordt steeds heter, de bodem verschraalt en er vindt erosie plaats. De oorzaak van het achterwege blijven van een nieuwe aanplant heeft te maken met een taboe op het planten van bomen. Ghanezen geloven in het spreekwoord “Boompje groot, plantertje dood”. Op het moment dat een boom de eerste vruchten zal gaan geven, sterft er iemand in de familie van de planter, zo luidt hun sterke overtuiging. De Ghanees Christopher Ampumperongo heeft dit taboe weten te doorbreken met hulp van Pater Frans Meddens. Meddens was ruim 10 jaar werkzaam in Ghana en daarna op afstand als netwerker en initiator betrokken bij veel projecten. Hij ‘ontdekte’ de talenten van Christopher en deelde de interesse voor tuinbouw met de jonge Christopher. Door veel gesprekken te voeren met de dorpshoofden zijn er langzaam boomplantgroepen van de grond gekomen. In de Upper East Region (het Noordoosten van Ghana) zijn er inmiddels meerdere groepen actief die bomen planten.

Mensen gebruiken het hout dat ze kappen voor meedere doeleinden. Van het maken van werktuigen en gebruiksvoorwerpen tot het gebruik van hout als brandstof.
Naast deze meer onschuldige aanpak is er nog een andere verwoestend fenomeen: “Bushfires“. Bushfires ontstaan aan het einde van het oogstseizoen. Om de percelen vrij te krijgen van onkruiden en ongedierte branden boeren de percelen af. Helaas zijn deze vuurhaarden moeilijk te controleren waardoor er grote oppervlaktes af kunnen branden. Soms komen de compounds waar mensen leven hierdoor in brandgevaar. Ook zijn er jagers die brandhaarden stichten om zodoende het wild op te jagen.
Door de bushfires gaat er kostbaar organisch materiaal verloren en wordt de erosie versneld.
